Remedial Teaching (RT) wil zeggen dat er extra ondersteuning verleend wordt aan leerlingen met een bepaalde leer- of gedragsprobleem/stoornis. Deze hulp is afgestemd op de specifieke ondersteuningsbehoeften van de individuele leerling en is primair gericht op het leerproces, veelal taal of rekenen. Op veel scholen wordt remedial teaching aangeboden. Een school mag echter zelf prioriteiten stellen en is niet verplicht RT aan te bieden.

Wanneer u met ons contact zoekt voor hulp aan uw kind, ga ik op de volgende manier te werk:

Als uw kind al is onderzocht door een deskundige (bijvoorbeeld door psycholoog/orthopedagoog etc.) is het prettig als ik het onderzoeksverslag van te voren kan doornemen. Indien dit mogelijk is, zou ik graag wat schriftjes met recent schoolwerk inzien. Verder zijn de gegevens over de leerstofontwikkeling belangrijk. Het gaat dan om de toetsgegevens van uw kind uit het leerling-volgsysteem van de school.

Op grond van alle gegevens samen stel ik dan in overleg een handelingsplan op voor de individuele begeleiding. Indien u hiervoor toestemming verleent, neem ik met de school van uw kind contact op. Uw kind is gebaat bij een prettige samenwerking tussen ouders, school en remedial teacher.

Werkwijze individuele begeleiding:

Uw kind komt 1 of 2 keer per week naar de praktijk. De begeleiding is meestal een uur (45 minuten begeleiding en 15 minuten overleg met de ouder) of korter indien dit nodig is, bijvoorbeeld bij een jong kind of een kind met concentratieproblemen. Ik werk met een combinatie van:

  • Standaardmaterialen/methoden, die deels ook in de orthotheek op scholen aanwezig zijn.
  • Eigen materialen
  • Computerprogramma’s
  • Spelvormen

Het doel van deze combinatie is, om vanuit een goede leerlijn te zorgen voor voldoende afwisseling. Thuis wordt dan nog 2 of 3 keer gewerkt met speelse huiswerkopdrachten.

 

Problemen met lezen en spelling :

Problemen met lezen en spelling komen veel voor. Het is belangrijk om bij stagnatie zo vroeg mogelijk adequate hulp te geven. Dit voorkomt onnodige faalervaringen, die negatief kunnen doorwerken in het hele leerproces. Dit geldt voor zowel dyslectische als niet-dyslectische kinderen.

Wanneer bijtijds met gerichte hulp gestart wordt, ontstaat ook eerder duidelijkheid over de hardnekkigheid van de problemen. Dit is één van de zaken die een belangrijke rol spelen bij het vaststellen van dyslexie. Voor gericht onderzoek naar dyslexie verwijs ik door naar hiertoe bevoegde personen of instituten.

 

Lezen

Omdat er veel geoefend moet worden, vaak gedurende langere periodes, vind ik het belangrijk dat de oefenstof aantrekkelijk wordt aangeboden. Naast gewone korte woordoefeningen gebruik ik ook spelvormen en oefeningen op de computer.

Bij het lezen van teksten is afwisseling eveneens belangrijk. Naast geschikte verhalende leesboeken en leesteksten ga ik ook uit van informatieve teksten (Okki, Taptoe, boekjes over diverse onderwerpen), geschikte stripverhalen, gedichten, raadsels en dergelijke.

 

Spelling

Ik werk vanuit een systematische opbouw, waarbij over het algemeen de ‘oudste’ fouten eerst aangepakt worden. De kinderen krijgen de uitleg in een uitlegboekje of een map. Hierbij wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen luisterwoorden, regelwoorden, analogiewoorden en onthoudwoorden. Iedere les begint met een dictee waarin de kinderen reeds verwerkte leerstof moeten toepassen.

Naast oefenstof op papier, maak ik ook bij spelling gebruik van spelvormen, kruiswoordraadsels, computerprogramma’s en leesteksten. Ook het toepassen in ‘spontane’ schrijfsituaties kan de aandacht krijgen, bijvoorbeeld in het opstellen van een verlanglijstje, boodschappenlijstje of door zelf de tekst bij een stripverhaal te schrijven.

Ook de werkwoordregels kunnen systematisch aangeboden en verwerkt worden op diverse manieren. Ook hier kan, indien de vorderingen dit toelaten, geoefend worden in dagelijks schrijfsituaties.

 

Problemen met taal en woordenschat

Naast specifieke lees- en spellingproblemen is regelmatig ook een samenhang te zien met het niveau van taal in het algemeen en de woordenschat.

 

Taal

 

Enkele voorbeelden van zulke veel voorkomende taalproblemen :

  • Het toevoegen of juist weglaten van de –n- bij een bijvoeglijk en/of zelfstandig naamwoord:
  • ‘Ik zie kleinen muizen’ in plaats van ‘Ik zie kleine muizen’
  • ‘Ik speel graag met honde’ in plaats van ‘Ik speel graag met honden’
  • Het verkeerd vervoegen van een werkwoord:
  • ‘Ik onthoude dat wel’ in plaats van ‘Ik onthield dat wel’
  • ‘Ik visde gisteren’ in plaats van ‘Ik viste gisteren’

 

Woordenschat

Door een goede woordenschat kan een zwakke lezer vaak redelijk een tekst lezen, terwijl hij/zij meer moeite heeft om losse woorden te lezen. Er wordt dan optimaal gebruikt gemaakt van de context. Ook wanneer het lezen te zwak blijft en gezocht moet worden naar compensatiemogelijkheden (ingesproken teksten bijvoorbeeld) ondersteunt een goede woordenschat het begrip van de tekst.

Bij de kinderen in de praktijk is het regelmatig nodig om aan de woordenschat extra aandacht te geven. Kinderen die moeite hebben met lezen, pakken minder snel een boek. Dit is van invloed op de grootte van de woordenschat.

Uiteraard is de woordenschat ook afhankelijjk van andere factoren, zoals de gesproken taal in de omgeving van het kind en de mate waarin voorgelezen wordt. Ook geschikte televisieprogramma’s kunnen een bijdrage leveren.

Rekenproblemen (ook dyscalculie)

Dit soort problemen kunnen worden veroorzaakt door diverse factoren. In een aantal gevallen is sprake van een achterliggende leer- of ontwikkelingsproblematiek zoals bijvoorbeeld dyscalculie, NLD, ASS, ADHD, ADD. De oorzaken, aard en de complexiteit van de rekenproblemen verschillen meestal sterk. Het is duidelijk, dat ook de aanpak hierdoor bij het ene kind totaal anders is, dan bij het andere kind.

 

Rekenproblemen die regelmatig voorkomen

Vaak is er sprake van een wankele rekenbasis. Het betreft dan het rekenen tot tien, honderd of duizend en de kennis van de tafels en deeltafels. Deze vaardigheden zouden goed (bij voorkeur geautomatiseerd) beheerst moeten worden, omdat ze het fundament vormen van het (reken) flatgebouw. Is de basis te zwak, dan blijft dit de leerling de gehele schooltijd achtervolgen. Het flatgebouw krijgt wel steeds een laagje erbij met nieuwe leerstof. Het geheel is wankel en dit bemoeilijkt de integratie van nieuwe leerstof .

Indien het maximaal haalbare niveau van automatisering niet voldoende is, zoeken we in overleg naar geschikte compensatiemogelijkheden.

Een ander veel voorkomend probleem is de toepassing van rekenwerk in opgaven waarbij informatie gelezen (vraagstukjes) of opgezocht moet worden. Denk hierbij ook aan kaarten, grafieken en tabellen.

Daarnaast zijn een aantal aparte onderwerpen soms moeilijk zoals :

  • Getallijnen
  • Klokkijken
  • Rekenen met geld
  • Meten en wegen

Tijdens de rekenbegeleiding werk ik, uitgaande van de mogelijkheden van het kind, aan de versterking van de rekenbasis als die te zwak is en daarnaast, of hierop volgend, aan de andere rekenproblemen die het kind heeft. Er wordt op een afwisselende manier geoefend, waarbij gebruik gemaakt wordt van bestaande rekenmethodes, computerprogramma’s en spelvormen.

 

Volgende