Executieve functies

 

Veel kinderen hebben moeite met het uitvoeren van hun taken, ze komen dan tekort in hun zogenaamde executieve functies. Er zijn bv problemen bij de schooltas inpakken, ze beginnen niet aan een taak of ze gaan steeds wat anders doen, zijn afgeleid. Het kan ook zo zijn dat kinderen steeds van alles kwijtraken. Sommige kinderen hebben naast problemen met hun executieve functies ook moeilijkheden om de bewegingen van hun eigen lichaam te organiseren om in actie te komen , dat heet ontwikkelings-dyspraxie. Door dyspraxie reageren kinderen op gesproken taal niet of nauwelijks, vertraagd of letterlijk: het lijkt alsof hij of zij verdwaalt in zijn of haar hoofd.

 

Executieve functies bepalen in hoge mate je (leer)resultaten. Misschien zelfs wel meer dan de intelligentie. Dat komt omdat executive functies helpen met het vertonen van doelgericht gedrag. Je kunt wel intelligent zijn, maar als je afgeleid wordt door elke prikkel om je heen dan wordt leren toch moeilijker. De executieve functies zijn :

 

Taakinitiatie, planning, overzicht

Kinderen die moeite hebben met taakinitiatie zijn eenvoudig te herkennen: ze gaan vrijwel nooit meteen aan het werk, maar gaan nog even een potlood slijpen, naar het toilet of beginnen iets anders, als het maar niet hun werk is.

Kinderen die moeite hebben met planning, vergeten aan hun taak of opdracht te beginnen, hebben aan het eind van de week hun weektaak nog niet af of laten hun huiswerk thuis liggen, waarbij de vraag is of het wel af is.

Door gebrek aan overzicht kunnen zij hun taken moeilijk organiseren. Ze weten niet wanneer ze moeten beginnen en ook niet waarmee. Hun kastje op school ziet er, net als hun slaapkamer, vaak rommelig en onopgeruimd uit.

Aandacht richten en volhouden

Je aandacht op iets richten betekent dat je prikkels kunt indelen naar belangrijkheid en je dan kunt richten op de meest relevante. Sommige wetenschappers zeggen dan ook dat aandacht richten en inhibitie (je gedrag remmen) zich samen ontwikkelen. Deze kinderen zijn in leersituaties gemakkelijk te herkennen : ze letten meestal niet meteen op, je moet ze “erbij slepen.”

Aandacht volhouden is, zeker bij saaie taken erg moeilijk. Deze kinderen herken je aan snel afgeleid zijn, maar ook aan het afraffelen van hun werk.

Emotieregulatie

Sommige kinderen hebben moeite om hun emoties te beheersen. Ze worden er als het ware door overspoeld. Hoewel die gebrekkige regulatie geldt voor alle emoties (dus ook bijvoorbeeld verdriet of angst), springen woede uitbarstingen vaak het meest in het oog. Je kent vast wel de uitspraak: “Het leek wel of er een knopje omging, hij kreeg een rode waas voor ogen.”

Werkgeheugen

Met het werkgeheugen kun je informatie letterlijk bewerken. Het werkgeheugen regelt de informatiestromen in je geheugen. Het bepaalt wat nu relevant is, wat later en wat meteen overboord kan. Het zorgt er ook voor dat informatie uit het lange termijn geheugen op het juiste moment beschikbaar is. Het werkgeheugen draagt dus bij aan de organisatie van je kennis en de bereikbaarheid er van. Dit heeft grote impact op (schools) presteren.

Inhibitie

Dit is het vermogen om je gedrag te remmen. Deze “rem” zorgt ervoor dat je gedrag kunt inhouden, onsuccesvol gedrag kunt stoppen en je kunt verzetten tegen afleidende prikkels, zelfs als die leuker zijn. Je inhibitie heb je dus nodig om te kunnen leren, maar ook in de omgang met anderen heb je deze rem nodig.

Zelfinzicht

Met deze executive functie wordt het vermogen om je eigen aandeel in gebeurtenissen te zien bedoeld. Wat doe ik? Draagt het bij aan het doel dat ik wil bereiken? Als ik vastloop, komt dat dan ook door mijn eigen aanpak? Dit is te herkennen doordat kinderen bijvoorbeeld hun eigen aandeel in conflicten niet zien of doordat ze hun werk nooit controleren omdat het toch wel goed zal zijn.

Cognitieve flexibiliteit

Dit vermogen stelt je in staat om van aanpak te wisselen als de omstandigheden veranderen of als je merkt dat je aanpak niet succesvol is. Kinderen met een gebrekkige cognitieve flexibiliteit raken ernstig van slag als je onverwachte dingen doet.

Time management

Kinderen die hier niet goed in zijn, schatten de tijd die ze voor hun (huis)werk nodig hebben totaal verkeerd in. Deze tijd schatten ze te kort, terwijl ze hun vrije tijd als veel te lang inschatten.

 

VorigeVolgende