Dyslexie wat is dat?

Mensen met dyslexie hebben moeite met het lezen of schrijven van woorden. Of met beide, dat kan ook. Dyslexie komt door een kleine storing in de hersenen: de koppeling van letters aan klanken en klanken aan letters verloopt niet goed. Vier procent van de Nederlandse kinderen heeft dyslexie. Maar liefst tien procent (inclusief de dyslectici) heeft lees- en/of spellingproblemen.

Het woord dyslexie komt uit het Grieks. ‘Dys’ betekent ‘beperkt’ en ‘lexis’ betekent woord. Dyslexie betekent dan zoiets als ‘moeite hebben met lezen’.

Wie dyslexie heeft, is niet minder intelligent dan iemand zonder dyslexie. Alleen bij het koppelen van letters en klanken werken de hersenen anders dan bij mensen zonder dyslexie. Verder werken de hersenen hetzelfde. Dyslexie kan dus voorkomen bij kinderen met een lage, gemiddelde én hoge intelligentie. Dyslexie kan erfelijk zijn. Soms komt dyslexie voor het eerst in een familie voor.

Dyslectici zien de letters wel goed maar maken in hun hoofd de verkeerde koppeling met een klank. Dit fenomeen wordt het fonologisch tekort genoemd. Bij dyslectici is dit fonologische tekort daarom de voornaamste oorzaak van zijn lees- en schrijfproblemen. Dyslectici worden door de context van de zin soms geholpen tijdens het lezen. Echter bij lange zinnen, slecht opgebouwde teksten moeten dyslectici hun toevlucht nemen tot het raden van woorden. Deze koppelingsproblemen ervaren dyslectici vaak ook bij het leren van muzieknoten of danspassen omdat het bij deze vaardigheden om gelijksoortige koppelingsproblemen gaat.

 

Support van dyslexie

Onze support van dyslexie is gericht op het vergroten van de leesvaardigheid, het opheffen of verminderen van de beperking, het omgaan met de beperking en het voorkomen van nadelige gevolgen ervan. In de praktijk komt dit neer op het:

  • zo snel mogelijk bereiken van een zo hoog mogelijk niveau van technisch lezen (woordherkenning) en spellen (schriftbeeldvorming)
  • kunnen omgaan met een laag niveau van technisch lezen door compensatie en gebruik van hulpmiddelen
  • voorkomen van intellectuele achterstand in verhouding tot de individuele mogelijkheden van het kind
  • voorkomen of verminderen van emotionele en sociale gevolgen

 

Onze aanpak :

  • een goede relatie tussen kind en behandelaar
  • duidelijke doelstelling en planning
  • doelstelling in overleg met u of uw kind
  • contact met school en aansluiting met hun methodieken